De Brielse Catharijnekerk in velerlei geschriften


Een bede voor den Brielschen Toren

In: Weekblad VPOG en Nieuwe Brielsche Courant

1 december 1893

4 afl.


In een reeks van vier afleveringen wees Been op het dreigende verval van de toren en pleitte ervoor dat de kerk gerestaureerd moest worden. Hij maakte verder duidelijk wat de toren, die uit 1482 stamt, voor de geschiedenis van het vaderland heeft betekend.


Een Baken in nood!

brochure

1894

32 blz.


Beens restauratieplan kreeg steun. Het comité van de Sinte-Catharinaverbond te Brielle werd opgericht met het doel alle mogelijke pogingen in het werk te stellen om de Brielsche toren voor ondergang te behoeden. De brochure 'Een baken in nood' verscheen in heel Nederland.


De Brielsche Toren en de Brielsche kerk

In: Weekblad VPOG

18 sept. 1895

32 blz.


In dit stukje wordt ingegaan op het feit dat Toren en Kerk wel één gebouw zijn, maar dat de Toren aan de burgerlijke- en de Kerk aan de kerkelijke-gemeente van Brielle behoort. Er werd besloten de opbrengst van de brochure 'Een baken in nood' voortaan tussen Toren en Kerk te verdelen.


Door M. L. Middelhoek

De Brielsche Toren tijdens de Bataafse Republiek

In: Weekblad VPOG

v.a. Sept. 1894

9 afl.


In deze artikelen vestigt Been de aandacht op de restauratie van de toren tijdens de Franse Overheersing (1795-1806). Been spreekt zijn bewondering uit over het doorzettingsvermogen van de 'Bataafse' Briellenaren die het zonder overheidssubsidie klaarspeelden de toren te restaureren.


Historische Gids voor Den Briel

Vanaf 1901

ca. 30 blz.


Rond 1900 begon het vreemdelingenverkeer(toerisme) naar Brielle toe te nemen. Om de bezoekers van dienst te zijn, schreef Been een gids waarin hij op onderhoudende wijze het Brielse bezienswaardige beschreef. In het hoofdstukje 'Om en in de Sinte-Catharina' besteedde hij veel aandacht aan de geschiedenis en de kunst van de Catharijnekerk.


Het koepeltje op den toren

In: Weekblad VPOG

v.a. Juli 1895

7 afl.


In 1895 kregen de restauratieplannen van de toren haar beslag. De supervisie was in handen van P.J..H.- en zijn zoon J. Th. J. Cuypers. Zij werden bijgestaan door J. van Gils. Dr. Cuypers sr. constateerde dat het achthoekige koepeltje op de toren lekkage veroorzaakte. Het koepeltje zou daarom moeten verdwijnen. In een aantal artikelen liet Been, bij wijze van een soort in Memoriam, de geschiedenis van het koepeltje nog eens de revue passeren. Hij vertelde wat het gebouwtje dat vanaf 1759 op de toren had gestaan als baken overdag én als kustlicht ’s nachts voor zeevaarders en loodsen in het verleden had betekend. Om het verhaal extra interessant te maken, voegde hij er een overzicht aan toe van alle mannen die als bakenstokers de koepel in bedrijf hadden gehouden.


Detail van een aquarel van Joosse ± 1810

Groote reparatie aan het uurwerk in den grooten toren

In: Weekblad VPOG

Brielsche Kalender 18 sept


Pas toen de klok op de toren bleef stilstaan, bemerkten de Briellenaren dat ze de klok niet konden missen. Het repareren van de klok nam veel tijd in beslag en daarom werd er iemand aangesteld die op de toren vanaf  's morgens zeven tot 's avonds negen uur op een klein klokje de uren sloeg. De nachtwakers behielpen zich met een zandloper om ieder uur op tijd hun ronde te kunnen maken.


De Brielsche Toren door den bliksem getroffen

In: Weekblad VPOG

Brielsche Kalender 14 aug.


'In 't jaar 1456 stortte de groote Toren van Den Briel in door den donder', dat gebeurde 14 dagen in Augustus, aldus een manuscript, beschreven door Jan Kluit. Op 12 Aug. 1763 werd de toren opnieuw getroffen door de bliksem, het lood in de ramen was gesmolten en meer dan dertig grote glazen werden verbrijzeld. Op 12 Aug 1787 sloeg de bliksem weer in en veroorzaakte brand in het Baken op de toren. De brand- en andere klokken werden geluid, ladders werden aan elkaar gebonden en met water dat van beneden af tot boven aangereikt werd, blusten 14 mannen met gevaar voor eigen leven de brand.


In 't jaer ons Heere MCCCC en XVII (1417) en XXIII daghe in Meije, wart dese tore ierst gefondiert en in 't jaer LVI (1456) 14 dagen in augusto viel hi neder. Hi was CCC trappen hooge, in 't jaer LXII (1462) was hi weder begonnen, gelijk men sien magh'.