
Wat zou ons lot zijn, eer nog die vreselijke Aprilnacht ten einde was? Ik ging naar het achterplaatsje om iets te bespeuren
van wat er op het Kerkhof gebeurde. Mijn vrouw volgde mij. Daar stonden wij tweetjes, alleen onder de verschrikking van die
hemel vol brandgloed. Onwillekeurig keek in naar de toren. Daar voer een schok door mijn lichaam En mijn arm slaande om mijn
vrouw, kuste ik haar met tranen in de ogen en riep: 'Goddank,..nu geloof ik dat we gered zijn!' En ik wees naar de Geuzenvlag,
die in het bloedrode spel van de vlammen, wapperde en klapperde, alsof zij er wetenschap van had dat zij weldra de vlag van
de vrije Nederlanden zou worden.