Bidden ... als de zeelui leeren,
Vastgeklemd aan lijn en touw:
In den mond den naam des Heeren,
Maar — de handen uit de mouw!
Wakker op van ziel en zinnen,
Ingespannen dag en nacht,
Overwonnen . . . weer verwinnen ,
Is de taak van dit geslacht.
O, het zijn thans groote dagen!
O, het is een groote tijd!
Weg met dulden, weg met klagen ;
Op, mijn broeders, op ten strijd!
Schud uw witgepluimde kruinen,
Woedende, opgezweepte zee ,
Zwelg uw strand, ramei uw duinen,
Brul uw lied van dood en wee . . .
Op mijn blijde klokkeklanken
Zweeft een stralende engel aan;
Ik kan bidden ... ik kan danken:
'k Heb zijn heilig woord verstaan!