Enige maanden na de gebeurtenissen in het poortwachtershokje in de Langestraat om precies te zijn in Augustus van het jaar 1610, was er iets heel belangrijks gebeurd in het leven van Witte. Hij had het niet langer uitgehouden om zich door alle jongens op zijn kop te laten zitten. Dominee Leo die predikte in Nieuwenhoorn , - een dorp niet ver van Den Briel - had zich met Witte bemoeid. Om uit die voor Witte ondraaglijke toestand te komen, zou hij zich kunnen laten dopen en daardoor opgenomen worden in de Staatskerk. De elfjarige Witte had geen rustig uur meer gehad vòòr hij hierin zijn zin had gekregen. Toen Witte eenmaal gedoopt was, had dat ook zo zijn gevolgen voor de jongens van Den Briel.