
Dąt namelijk was de portier opgevallen, en toen de officier rinkinkend heen was gegaan en de jongen hem, als in een droom,
altijd nog na bleef staren, hinkte de oude man naar de jongen toe en zei met een vrolijke stem: 'Bijlo, lans!..zou je een
zwaard wel lijken?' Met een brutale tartende blik snerpte de jongen: 'Ik wil jouw zwaard niet...en ik wil niet!' Verbaasd
keek de grijsaard hem aan. 'Ik dacht, dat alle jonge maats..' Neen, neen!' riep de andere in heftiger wordende boosheid uit,
'ik wil dat zwaard niet, hoor-je!'