
Omdat de verdedigingswerken in slechte staat waren, deden ook de Briellenaren en zelfs de vrouwen hun best de stad te helpen
verdedigen. Haringtonnen en manden werden aangesleept en gevuld met aarde, zand en stenen. Op bevel van Alva ontbood Bossu de nodige versterking
uit Utrecht en op Zaterdag , 5 April, de dag voor Pasen, waagde hij vanaf Vlaardingen de overtocht en landde in de rivier
de Bornesse bij Heenvliet. Vandaar trok hij naar de Geuzenstad. De wachters op de toren waarschuwden dat er onraad was. Een
deel van de Watergeuzen ging op zoek naar de landingsplaats van de Spanjaards, een ander deel legden zich in hinderlaag in
de omgehouwen boomgaarden aan de oostkant van de stad. Het werd een hete strijd om Den Briel. Met een bewonderenswaardige
doodsverachting wierp de Spanjaard zich op de vesting, niet achtend de kogels die uit de donderbussen op hem afgeschoten werden.
Nooit heb ik zo woest en wanhopig zien strijden als toen de Watergeuzen deden.