Al is Paddeltje die winter niet op zee, hij is toch bij de zee, op het Brielse veer. Hij vaart Admiraal 'Dubbelwit' over, hij leert bij den 'wonderdokter', die ook al heel wat heeft beleefd. Hij leeft in zijn gedachten op zee en zal graag weer met De Ruyter uitvaren in het voorjaar. Daarom besteedt hij de winter aan sommen, lezen en schrijven. Schipper Adriaenszoon van Vlissingen voelde Paddeltje eens flink aan de tand en hij slaagde glansrijk! Nu maar weer varen, en zo zoetjes aan groeide er uit dat rare dikke ventje een stevige scheepsjongen, iemand die misschien niet meer zo ver van het matroos-schap afstond. Het leven op zee gaat vlot, maar in Paddeltje groeit het verlangen naar iets bijzonders. Jullie zult straks horen, dat hij niet tegen een storm, een vechtpartij of een groot avontuur zou opzien. Nu daar zal het hem ook niet aan ontbreken, want hij is op de Middellandse Zee en de Moorse kapers zijn nog heel wat meer mans dan hun collega's uit Duinkerken. Vandaag horen wij, dat Paddeltje aan het begin staat van een geweldig avontuur. Een beetje angstig wel, maar reusachtig spannend.

vorige

volgende