1 Januari 1620. In Den Briel wordt de kerkelijke viering van den Nieuwjaars-dag ingevoerd.
9 Januari 1717. Antwoord van de Predikanten op de Magistraats-Resolutie tegen het langwijlig preeken.
16 Jan. 1700. Is ordonnantie geaccordeerd aan den Fabriek Poortermans van 49 gld 11 stuivers over het maken van een nieuwe galg op Meeuwenoord.
23 Januari 1709. Magistraatsresolutie tot het openhakken van de bevroren haven.
30 Januari 1648. De Vrede van Munster gesloten.

1 Januari 1620. In Den Briel wordt de kerkelijke viering van den Nieuwjaars-dag ingevoerd.

Bij publicatie van 29 Dec. 1620 werd bekend gemaakt dat "alzoo in meest al de naburige steden het, tot nu toe gebruikelijk is geweest dat men houdt, viert en God den Heere Almachtig heiligt de Nieuwjaarsdag, om dien met prediken en God den heer te dienen en lof toe te brengen", het in Den Briel van nu voortaan zoo het geval zou zijn, te beginnen met Vrijdag, den 1en Januari 1620. "Waarom een ieder wordt gelast en bevolen God den Heere den voornoemden dag te vieren en te heiligen, en zich van alle handwerk, drinken, bal-slaan, klootschieten, kaatsen, en andere lichtvaar-digheid te onthouden, op straffe dat hij, die be-vonden zal worden daartegen gedaan te hebben,verbeuren zal een boete van 3 ponden, te 40 groo-ten (1) het 'pond', waarvan de helft voor den offi-cier, de rest voor de armen zou zijn.

(1) Een groot deed 2½ cent; een pond was dus 20 stuivers.

9 Januari 1717. Antwoord van de Predikanten op de Magistraats-Resolutie tegen het langwijlig preeken.

Op den 2en Januari van dat jaar was in de Magistraat gehandeld over het "langwijlig preeken", en werd den Predikanten ter kenisse gebracht, dat de kerk voortaan vóór 11, vóór half 4 en vóór 7 uur moest uitgaan, "ende dat contrarie doende bij ons soodanige orders sullen werden gestelt als wij vermeinen sullen noodig te weeten." Waarop de Predikanten den 9en Januari antwoordden, dat zij "aangenoomen hadden soo veel in haar ver-mogen was, 't selve naar te koomen, dog de heeren niet qualijck wilden nemen, indien somwijlen door eenig toeval 't selve mogte overtreden werden."

16 Jan. 1700. Is ordonnantie geaccordeerd aan den Fabriek Poortermans van 49 gld 11 stuivers over het maken van een nieuwe galg op Meeuwenoord.

Op het eind van de 17e eeuw dacht men er in Den Briel nog niet aan om de doodstraf af te schaffen. Integendeel. Den 10en Januari 1700 was bevonden dat het schavot "bij een kapitale executie" te klein was, en daarom moest het zowel in de lengte als in de breedte "eenige maten" vergroot worden. Den 16en werd besloten een geheel nieuwe galg te doen maken, welk werk door het geheele Timmermansgilde werd ten uitvoer gebracht. Gelijk uit de medegedeelde resolutie blijkt, stond die galg op Meeuwenoord. Raadpleegt men de kaart van Guiciardijn (door Pontanus in 1612 uitgegeven) dan vindt men de plaats waar galg en rad zich bevonden ongeveer daar waar nu het café Land en Zeezicht van den heer Kalkman staat. We zullen weldra in dezen kalender gelegenheid hebben nader aan te wijzen welke het eigenlijke gebruik van "galg en rad" was, in verband met de vele malen voorkomende terdoodbrengingen van de soldaten van het garnizoen. Want dat de eigenlijke plaats eener openbare terechtstelling voor het Stadhuis was, laat zich niet alleen begrijpen, maar is te bewijzen o.a. uit een MagistraatsResolutie van 10 April 1792 toen besloten werd om het schavot "vermits hetzelve door de vernieuwing van het Stadhuis niet kan opgerigt worden", in de Comenstraat voor de Waag op te stellen. Is men soms benieuwd te weten hoe lang men met zoo'n galg deed, wij behoeven het antwoord niet schuldig te blijven. Op den 2en Mei 1739 vinden wij een ordonnantie van den volgenden inhoud: "aan de gezamelijke Timmerlieden binnen deze stad voor het maken van een nieuwe galg op het Gors van Meeuwenoord, waarin het Gemeeneland de eene helft en de stad de andere helft heeft bekostigd, dus voor de helft: 136 gld. 12 stuivers". Zooals men ziet betaalde het land de helft van de onkosten, wat in 1700 ook wel het geval zal zijn geweest. Ten slotte merken wij nog op dat een der bolwerken het Galgenbolwerk heette, naar wij vermoedden het zogenaamden Kogelperk.

23 Januari 1709. Magistraatsresolutie tot het openhakken van de bevroren haven.

Het jaar 1709 staat evenals het jaar 1812 in de geschiedenis bekend om zijn strengen winter. Van die koude hadden vooral de soldaten in de Zuidelijke Nederlanden bijzonder veel te lijden, want zooals men weet, bevond men zich midden in den Spaanschen successie-oorlog. De koude was zoo streng, dat de vogels dood uit de lucht vielen. Wat Den Briel aangaat, heel de haven lag dicht gevroren, en daarom werd den 23en Jan. besloten den havenmeester te ordonneeren om "tot berging van de schepen die van buiten inkomen, de haven dezer stad met macht van menschen open te bijten en zooveel doenlijk van het ijs te zuiveren, en tot dien einde een goed getal van personen hen des verstaande op daggeld aan te nemen, de schepen die nu in den mond van de haven in den weg liggen uit te halen, opdat het ijs zal kunnen uitschieten, en alzoo de lichtste schepen voor af de haven in te korten." Den 4en Febr. werd besloten om de koopvaardijschepen "de haven met deze strenge vorst inkomende voor havengeld, boven haar ordinares verschuldigd havengeld nog te doen betalen twee stuivers per last." Eenige vergoeding mocht ook wel, want den 16en Maart kwam de rekening in den Fabriek (zoo heette de Stads-Architect) waaruit bleek dat het openhakken der haven 109 gulden en 2 stuivers had gekost. Een ander bezwaar bij strenge vorst leverden altijd de watertrappen op; zoo licht kon daardoor een ongeluk plaats hebben. Doch de personen, die deze trappen van ijs moesten vrijhouden en ze schoonmaken, waren aangewezen. Een resolutie, ook van den 23en Januari, maar nu van drie jaar vroeger, van 1706, leert ons, dat deze taak opgedragen was aan de gildebroeders van het zakkendragers-gilde.

30 Januari 1648. De Vrede van Munster gesloten.

Na schier eindelooze onderhandelingen die vele jaren geduurd hadden, werd den 30en Januari 1648 de Vrede van Munster gesloten, die een einde maakte aan onzen worstelstrijd met Spanje. Mogen de nazaten met fierheid het sluiten van dien vrede gedenken, waardoor het kleine Vaderland na een Tachtigjarig strijden in Europa's statenrij werd opgenomen - men kan niet zeggen dat bij de Nederlanders van dien tijd het sluiten van den vrede met buitengewone vreugde begroet werd. Daarvoor hadden de onderhandelingen veel, veel te lang geduurd. Met echt Nederlandsche kalmte werd hij aanvaard, ja menige juffrouw van Naslaan schudde bedenkelijk het hoofd en zeggende dat Prins Willem de Tweede en onze Fransche bondgenooten in het geheel niet met het sluiten van dien vrede in hun schik waren, meende zij dat ook dit muisje wel eens een leelijk staartje kon hebben. De afkondiging van het vredestractaat geschiedde eerst in de maand Mei, en werd met vreugdebedrijven begroet. Dat geschiedde natuurlijk ook in Den Briel. Maar, naar het mij wil voorkomen nog al dunnetjes. Ze konden daar anders zo de klokken laten beieren en schieten met kanon en geweer dat het een aard had. Dan volgde er gewoonlijk een uitdrinken van zooveel tonnen zwaar en zoveel tonnen licht bier, en het slot was een echte "schuttersmaaltijd"in de tegenwoordige kazerne, die toen Den Doele heette. Maar van dat vieren van de vrede van Munster vind ik in de Resolutiën in dato den 30en Mei slechts het volgende: "Es den Artellerymeester Quiryn Quirynsz. geordonneert de Schutterye deser Stede te doen versyeninghe van Buscruyt ende lonten, tot de Vyeringhe van de Vrede geslooten tusschen desen Staet ende den Coninck van Spaengen, te weten: het Witte Vendel 300 pont, item het Orange ende Blauwe Vendel elcx 250 pont. Ter vergelijking geef ik de volgende resolutie (van 12 Mei 1645) waaruit men te weten kan komen wat men op een elk jaar terugkomend pretje der Schutterij, den zoogenaamden Pinkstertocht, verschoot, en waarom het Witte Vendel het meeste buskruit kreeg. "Es de drye Vendelen Schutters geaccordeert elcx de nombre van hondert ponden Buscruyt tot het doen van de Pinxtertocht, ende die van 't Witte Vendel nog 50 pont meer, mits de veelheyt van haere Musquettiers." Het Witte Vendel bestond uit de bewoners van het Maarland.