Revue over de bedeelden
Legaat van juffrouw Agatha Gans aan het Merula Weeshuis.
Geen fooien meer voor het in- en uitluiden der Kermis.
Bepalingen omtrent het vieren van den Nieuwjaarsdag.
Besluiten omtrent baldadigheden in de herberg 'de Toelast'
Bericht van de afvaardigden dezer Stad aangaande een geschenk voor Cornelis de Witt.
Het bidden van 'Cors heylich broot' vervangen door de kerstcollecte.
Eigenaardige tractementsverhooging voor den klokkenist.

4 december 1677. Revue over de bedeelden


 Men heeft in den zomer van het Koninginnejaar 1898 een revue gehad over de vloot en een revue over het leger...en in Den Briel heeft men in het jaar 1677 een revue over de bedeelden gehad. De plaats was de Constitoriekamer en de inspectie werd verricht door twee heeren uit de Magistraat, daarin bijgestaan door een staf welke gevormd werd door afgevaardigden uit den Kerkeraad. Gaan wij na waartoe die inspectie gehouden werd en geven daartoe de Magistraats-Resolutie van den 4en December 1677 terug.
  'Sijn oock de gemelte Heeren Egmont ende Boschuisen gecommiteert, omme nevens de gecomitteerden des Kerkenraets, een Revue te doen in de consistorij kamer van alle persoonen, soowel Ledematen als andere, die wekelijcx van de Diaconie werden geadsisteert, ende haer Edelen exactelijck te informeeren, wat persoonen het sijn, wat gelegentheijt ofte hantwerck sij konnen om haer cost te gewinnen waer van daen sij sijn, waer sij woonen ende wat last van kinderen ofte gebreck sij sijn hebbende, omme, twelck gedaen sijnde, alsdan met gemelte gecommitteerden ders Kerckenraets te dresseren ofte te schaffen ofte vermindering van deselven te doen na yders noot ende gelegentheijt requireren sal."

5 december 1651. Legaat van juffrouw Agatha Gans aan het Merula Weeshuis.


 'Opt versouck," zoo luidt de Magistraats-Resolutie van dien dag. "van Juff. Laurentina Gans, dogter vande heer Willem Gansch in sijn leven Rentmr. van des Graeffelijcke Domeynen van den Lande van Voorne, es de zelve toegestaan ende geaccordeert omme opte Stad te mogen beleggen in Capiatael 400 pond mits dat uit de jaerl. interessen vant aende Weeskinderen vant weeshuys deser Stede jaerlycx sal werden uitgereyct aen ider kint een bolleken witte broot uit krachte van seecker legaet bij Juffr. Agatha Gansch, haere suster aende voors. Kinderen gemaeckt, daer vooren 't voors. Capitael ende interest sal blyven verbonden, ende dat sulcx inden rente brieff bij de Stadt daer van te verleenene sal werden geinsereert".

6 december 1670. Geen fooien meer voor het in- en uitluiden der Kermis.


 Zooals men weet viel de vroegere Brielsche kermis altijd in het laatst van het jaar, beginnende op de Sinte-Catharinadag. Omtrent het in- en uitluiden er van deelt ons de Magistraats-Resolutie van 6 Dec. 1670 het volgende mede:
 "Es goet gevonden het geven van Byer (bier) ofte andere foyen aen degene die gewoonlycken syn de Jaermercten in ende uit te luyen voortaen te doen sesseren (ophouden) , sulcx dat tselve bij dese wert affgeschaft."

11 december 1649. Bepalingen omtrent het vieren van den Nieuwjaarsdag.


 Op Nieuwjaarsdag konden onze voorouders geducht opspelen, gelijk blijkt uit de Magistraats-Resolutie op boven genoemden datum genomen. Toen werd besloten "het schieten van nieuwe jaar bij die van de schutterij voor de deuren, alsmede het gaan met den trommel van de tamboers dezer schutterij op nieuwjaarsdag af te schaffen en voortaan te doen ophouden, alzoo de vereeringen, die op dezen dag werden gegeven, werden doorgebracht in drinken en onnutte "debouches,' waaruit niet dan vechten en smijten en andere onheilen voortkomen."
 Dit bevel werd, staande de vergadering aan de betrokken personen bekend gemaakt, terwijl een gelijk verzoek gericht werd aan den majoor van het garnizoen.

13 december 1681. Besluiten omtrent baldadigheden in de herberg 'de Toelast'


 "Alsoo Jacobus Poeselwits van Schiedam ende Dirk van der Schae van Vlaardingen" - aldus luidt de bovenaangehaalde Magistraats-Resolutie, die ons een kijkje in de zeden dier dagen geeft- "nevens noch drie andere personen, op Woensdagavont lestleden haer verstout hebben gehat, sonder permissie in te comen in de Middelkamer van de Herberge vanden Thoelast, daer eenige fatsoenelijcke Heeren bij den anderen waren, ende nietjegenstaende deselve verzocht wierden te vertrecken, echter aldaer waren verblijvende, waerover questie ontstaen, ende een kinneback slach aen den voorseiden Poeselwits gegeven sijnde, denselven daerop sijn mes getrocken heeft, sulcx dat daerop de voors. kamer in confusie geraect is, ende de voors. personen uitteselve kamer gedreven sijn.
  'Ende dewijle soodanige stoutichheden niet gelden, maer andere ten exempel gestraft behooren te werden. Soo hebben Burgemeesteren ende Regeerders der Stadt Briele opde aenclachte van den Heer Bailliu dezer Stede den voors. Poelwits gecondemneert te sitten te water ende te broode den tijt van vier weken ende den voors. Dirk van de Schae den tijt van veertien dagen, midts hetselve sal mogen werden geredimeert, den eersten met thien, ende den tweeden met vijf silvere Ducatons 't appliceren volgens de ordonnantie; midtsgaders ten laste van hem, Poelselwits, in het meesterloon van sijn becomen quetsure, ende beijde in de costen vande detentie, apprehentie ende verdere costen ende salarissen op de voors. sake gevallen."

18 december 1667. Bericht van de afvaardigden dezer Stad aangaande een geschenk voor Cornelis de Witt.


 De broeder van den Raadspensionaris Johan de Witt, die den naam van Cornelis droeg, was mede op de vloot aanwezig bij den tocht naar Chattam. Naar aanleiding daarvan geschiedde hem "groote eer en vereeringe." In de volgende Vroedschaps Resolutie zal men daaromtrent genoegzaam ingelicht worden. Daarin vinden wij zijn naam gespeld met th; we vestigen hierop de aandacht omdat zijn naam zooveel lijkt op dien van den Vice-Admiraal welke vlootvoogd reeds in 1658 tegen de Zweden gesneuveld was. Volge nu de bewuste Vroedschaps Resolutie:
  Es bij de heeren Gedeputeerden dezer stede in de voorleden weeke ter dagvaert geweest sijnde in den Hage, gedaen Raport van 't gene aldaar was verhandelt ende gepasseert. Ende es daer beneffens bij deselve den Vroetschappe geremonstreert, hoe dat ter vergaderinge van haer Ed: Groot Mogenden in deliberatie gebragt was, omme den heer Cornelis de With Ruwaert van Putten voor sijnne extra-ordinare diensten als Gedeputeerde van den Staet op s'lands vloot int Exploict op de Riviere van Chattam, gedaen te gratificeren met een stuck heerlyck goet, ende spetiaelyck mette Ambachts heerlicheyt van Spyckenisse, ende de proefytten en de innecomen daer toe staande. Ende alsoo de leden ter hooch gemelte vergaderinge in soodanige schenckagie van eenighe heerlycke Domeynen van den Staet niet finaels en hadden connen resolveren dan met spetiale last, van haere principalen, sy heeren Gedeputeerdens derhalve waeren versouckende daerop van den Vroetschappe spetiale orders ende last. Waerop gedelibreert synde, sijn de selve Gedeputeerdens gelast van Stadtswegen, bij gevolge van andere leden inde voorsz. gratificatie, ende vereeringe te consenteren."

20 december 1659. Het bidden van 'Cors heylich broot' vervangen door de kerstcollecte.


 In vroeger tijd gingen de armen op kerstdag langs de deuren vragen om 'Cors heijlich broot (Cors beteekent Kerst) ne met Nieujaar en op Drie-Koningenavond zingen met den rommelpot. Hoe daarin verandering gekomen is, leert ons de volgende Magistraats-Resolutie. 'Es gelesen seckere publicatie bij den secretaris uit last van de magistraet innegestelt jegens 't bidden van cors heylich broot ende 't singen op nieuwe jaer ende Drye coninghavont. Ende es met mette extentie van dyen geconformeert ende goet gevonden datte selve dien conform sal werden gepubliceert ende gedaen observeren, gelyck mede goet gevonden es dat tot soulagement van de armen in plaetse van 't voorsz. gebruyck opten tweeden Kerstdag door de heeren van de magistraet ende diacony sal werden gedaen een publycque collecte bijde huysen binnen deser stede ende datte penninghen daer uit procederende sullen comen in handen van de ontfanger van de Arme middelen tot subsidie van de voorsz. synne ontvank, alsmede het weeckgelt van de Mennonieten ende Capittelrentgens.'
 In gevolge deze Resolutie geschiedde op kerstdag de collecte van diaken en heeren uit de Magistraat langs de huizen. Is men er benieuwd naar wat deze eerste collecte opbracht, men leze de volgende Magistraats-Resolutie van den 26 Dec. 1659, waarbij men in het oog houde 1, dat een pond 40 groot of vierduitenstukken deed, en 2, dat de waarde van het geld toen veel grooter was, 'In confirmiteyt vande resolutie op Saterdach voorleden genomen syn de penningen bij publicqe collecte ten overstaen van de heren Magistraten bijde huysen binnen deser stede opte tweede Cersdach gedaen ten behouve van de Armen bedragende ter somme van 304 pond 12 stuivers gestelt in handen van den heere Willem Jorisse. Laeckencooper ontfanger van de Armemiddel omme bijde selve in Ontfanck van synne reekeninge daer van verantwoort te werden as nae behoorden.'

28 december 1660. Eigenaardige tractementsverhooging voor den klokkenist.


 Men kon in den ouden tijd dan op een merkwaardige wijze schikken en plooien. De volgende Vroedschaps-Resolutie-- met welker mededeeling wij onzen Brielschen Kalender besluiten, waarin wij gedurende een jaar lang aan daarin belangstellenden allerlei bijzonderheden uit Brielles verleden gegeven hebben-- is daarvan een aardig voorbeeld. Zij luidt aldus:
 'Gedelibereert synde opt versouck bij Requeste gedaen bij meester Jan Schol, horologiemeester ende Clockspeelder alhyer, tenderende ten eynde syn tractement ter saecke vanden voors. dienst eenigsints mochte werden verbetert; Es verstaen ende geresolveert, dat alsoo de Stadts gelegentheyt ende innecomen niet en kan lyden eenige tractementen te verhoogen, ende dat echter mynne Heeren wel connen oirdelen t'voors. tractement te geringe te syn, ende genegen wesende den voorn. meester Jan Schol eenige verhooginge toe te staen, dat het tractement, t' welke meester Cornelis Donckerts als Orangist es genietende, met vijftig Carolusguldens jaerlycks sal werden vermindert ende dat het tractement vanden voors. meester Johan Schol sal werden verhoogt ter somme toe van drye hondert guldens jaarlycx ende dat int toecomende, t'sy by vertreck ofte overlyden vanden voors. meester Cornelis Donckers hunne Heeren genegen ende geresolveert syn, omme beyde de voors. diensten weer te combineren als voor desen, ende dat op alsulcke tractement als alsdan, voor allen anderen sal werden gevordert, ende genomen wert in favorable recommandatie.'
  Later kwam de Vroedschap hier nog eens op terug, en wel bij de volgende gelegenheid. Zooals men uit een enkele zinspeling in het bovenstaande zal opgemerkt hebben, zat het er, ook in dien tijd, in en Briel niet te best met de stedelijke financiën. Dit was zelfs van dien aard dat er volgens besluiten van 27 Juni 1662 en 19 Febr. 1663, een commissie benoemd werd om eens te onderzoeken wat er alzoo bezuinigd kon worden. Den 10e April 1663 bracht deze Commissie verslag uit, dat geschreven was op folio-bladen waarvan telkens de eene helft voor kantteekening opengelaten was. In de volledige Vroedschapsvergadering van den 18en November 1663 kwam men tot een definitief besluit op de voorgestelde bezuinigingen, en werd telkens, op de schoone helft van zulk een foilo-blad, het besluit neergeschreven dat op elk artikel genomen was. Onder die voorstellen vindt men ook 'dat het tractement vant stellen van horelogie, ende dat vanden Orangist, by versterven in een persoon soude connen werden geconbineert ende vermindert.'
 Hierop staat als kantteekening:
  Wert de combinatie deses toegestaen, ende geampleteert, ende dat alvoorens te comen tot het vergeven lande voors. ampten aren een persoon, het traktement daartoe by de Vroedschap sal werden vastgesteld.' Van bezuinigen gesproken: we hebben in dezen Kalender er meer op gezinspeeld. Velen denken dat Den Briel in vroeger eeuwen al maar door een grootte bloeiende plaats is geweest. Dat was deze stad zeker in de 14e en 15e eeuw; daarna heeft ze tijden van diep verval, en ook tijden van bloei gehad. Zoo woonden hier, omstreeks 1573, op zijn best een duizendtal menschen en varieerde later dat getal van 3 tot 5 duizend. Ware het anders, Den Briel zou tot de zoogenaamde 'doode steden' behooren. Hier echter is altijd een geschommel geweest tusschen welvaart en achteruitgang. Bezuinigingsplannen....er zijn er meer geweest dan de bovenmedegedeelde uit den tijd van Michiel de Ruijter; zoo bezuinigde men in de 18e eeuw zelfs op het licht, en in het begin dezer eeuw werd afgesproken dat Den Briel een zeer achteruitgaande stad was, evenals in 1565 dat de commissarissen zeiden, die hier vanwege den Koning van Spanje waren gezonden en derhalve voorstelden Den Briel zoo min mogelijk te belasten. Het plaatsje heeft er echter altijd het hoofd boven gehouden. Wie het verleden dezer stad kent, blijft gelooven in: dat klein maar dapper Brieltje.'