Verzoek van den Franschen Commandant om een balzaal.(1)
Verzoek van den Franschen Commandant om een balzaal.(2)
9 augustus 1798. Verzoek van den Franschen Commandant om een balzaal.(1)
Nu, honderd jaar geleden, kwam de Fransche Commandant met het verzoek tot de Regeering dezer Stad om de groote zaal van het Stadhuis te mogen hebben. Want de Franschen hadden een gedenkdag te vieren en wilden dat doen door een vroolijke danspartij. Daar waren ze nu ook Franschen voor. Wij, Nederlanders, houden het liever bij eten, en geen feest kan er bij ons plaats hebben dat enigszins op een echt feest gelijkt, of er moet bij gegeten en gedronken worden; ja tegenwoordig gaan we hierin zelfs zoover, dat we in couranten het menu openbaar maken. De Franschen lichten liever ; de beenen van den vloer', en er is inderdaad geen tijd in onze geschiedenis, waarin zoo gedanst is, als juist in den Franschen tijd. Op elke markt stond een vrijheidsboom, en zoodra er maar iets aan het handje was, grepen de Franschen de Hollanders bij de hand, en dan ging het vroolijk en wel, soms midden op den lieven dag, in een vroolijke wenteling rond den vrijheidsboom, waaraan jong en oud, vrouw en man om het lustigst meedeed. De Heeren van de Stad-- die den Franschen tijd echter wel eens voor nul in het cijfer speelden-- hadden daar niets tegen; ja ook zij draaiden, als het moest, met de Fransche officieren een enkele maal -en dan heel deftig stijf natuurlijk-- om den boom heen. Maar nu de groote zaal van het Stadhuis af te staan; zie, daar hadden die Heeren geen lust in. Volgens hun gevoelen-vol burgerdeugd natuurlijk!-- representeerde die zaal den zetel der burgerlijke regeering, de Heeren representeerden de burgers, de burgers alweer het souvereine volk...neen, zulk een allerheilige plaats tot danszaal te verlagen, kon er bij hun nuchter Hollandsch verstand toch niet door.9 augustus 1798. Verzoek van den Franschen Commandant om een balzaal.(2)
Nu hadden de Heeren gerust hun gang kunnen gaan. Want in den ouden tijd was er wel comedie gespeeld op het Stadhuis, daar waren de dominees om en bij den jare 1606 verschrikkelijk tegen opgekomen en hadden gezegd dat het schande was om comedie te spelen binnen een gebouw waar de revolutie van het jaar 1572 had plaats gehad waardoor Den Briel de eerste en oudste Gereformeerde gemeente der Nederlanden was geworden. De Heeren van 1606 hadden de predikanten laten protesteeren, maar dezen hadden zich niet ontzien het hooger op te zoeken. Welnu, als de Heeren van 1606 een toneelvoorstelling op het Stadhuis toelieten, konden de Heeren van 1798 wel een danspartij aan de Franschen toestaan. Edoch...die Heeren hadden er geen zin in 'Hoor eens, ' zeiden de Franschen, 'we hebben het er nu eenmaal op gezet om te dansen en we willen nu eens een meer gedistingeerd gezelschap hebben. Want doen we het om den Vrijheidsboom, dan danst Jan en alleman mee.' De Heeren verzonnen en verzonnen...en ja, dat was waar ook: men had immers Den Doele ( de tegenwoordige Kazerne) waarin de Heeren zelf aten en dronken als zij een feest vierden? Dit werd onder de aandacht der Franschen gebracht, en deze luchtharten bedachten zich niet lang en namen het aanbod aan. Hiermede was het eind van de historie nog niet gekomen, 'dat de Fransche Commandant al wat tot het Bal, op morgen te geven, zal worden gebruikt, van anderen dan van hem zal doen bezorgen.' Dat speet de Heeren ook verschrikkelijk, maar ze hadden geen lust om hierover den Franschen Commandant lastig te vallen. Ze stuurden Robertus Smith nu maar met een kluitje in het riet door hem te beloven dat zij het later wel goed met hem zouden maken. Waarop Robertus Smith heen kon gaan. Al op dienzelfden 9en Augustus was er een verzoek ingekomen van de Vrijmetselaars óók al om een vergaderlocaal. Daar zij al dadelijk de zaal in Den Doele vroegen, hadden de Heeren hier geen bezwaar tegen, en stonden dit verzoek toe.