Bepaling omtrent het sluiten van de poorten
Een middel beraamd om het aantal armlastigen te verminderen.
Brand in de Nobelstraat.
Resolutie op het onderhouden van den Zondag
Twist over kaartspel.
Maerten Harpertszoon Tromp, zoon van Harpert Maertensz. Tromp, van Delft, en Jannetge Barents, van Rockanje, te Brielle geboren.
Resoluties naar aanleiding van het verzoek der Armmeesteren van de Roomsch Katholieke Gemeente.
3 april 1700. Bepaling omtrent het sluiten van de poorten
De desbetreffende Resolutie luidt aldus: 'Is goedgevonden door een stadsbode de respectieve Portiers scherpelijk te gelasten de sleutels van de stadspoorten van den Burgemeester of presideerenden te halen en zelf de voorz. Stadspoorten te sluiten en ontsluiten, en bijzonder des avonds de poorten zelf waar te nemen, totdat de poortklok van negen zal opgehouden zijn, als wanneer dezelve Portiers driemaal vóór het sluiten van de poort nog zullen roepen, of er iemand nog buiten is, op van hun ambt priveerd en gecasseerd te worden.'5 april 1659. Een middel beraamd om het aantal armlastigen te verminderen.
Daar had men vroeger allerlei aardige middelen voor. Zoo had de Regeering onzer Stad in den jare 1659 bevonden, dat de diaconie moeilijk rond kon komen met de gelden die voor de armen beschikbaar waren. Bij het onderzoek naar de reden daarvan moest het antwoord der diakenen wel zijn: 'ja, die arme lieden hebben ook zoo schrikkelijk veel kinderen!' Welnu, dacht de Regeering dezer stede, dan kunnen we twee vliegen in één klap slaan, door èn voor de toekomst dier kinderen een weinig te zorgen, èn de ouders benevens de diakenen van zooveel opeters te verlossen. Nu sprak het wel van zelf dat de Heeren niet die zware zorg op zich gingen nemen; dit lag trouwens niet in den geest van help u zelf, die in ons heldentijdperk ons volk groot heft gemaakt. De kinderen en in dit geval de jongens, moesten er op uit, naar zee. Daarom werden bij besluit van den 5en April van dat jaar 'de diakenen verzocht en gemachtigd zich te informeeren bij de personen die uit de diaconie werden bijgestaan, wat jongens zij onder hun familie zouden mogen hebben, bekwaam zijnde om op de vaart te bestellen, ten einde de voorz. Diaconie zooveel mogelijk mag worden ontlast.' Dat aan deze ordonnantie de hand werd gehouden, bewees mij een Resolutie van 6 December van dat jaar: 'Is Joost Hubrechtsz. Van den Ende goedgevonden bij provisie gedurende dezen winter in het Weeshuis op te nemen, en dat men denzelven tegen den zomer op de vaart zal zien te bestellen.'10 april 1764. Brand in de Nobelstraat.
Als er ééne stad van brand heeft te lijden gehad, dan is het wel Den Briel. We hopen later in dezen kalender te kunnen verhalen hoe tot twee keer toe meer dan de helft van deze stad is afgebrand. Deze herinnering zij hier echter voldoende om begrijpelijk te maken, dat de Regenten zeer bevreesd waren voor brand, en de bewoners van een pand, waar door onvoorzichtigheid brand uitgebroken was, streng straften. Dat ondervonden de bewoners van een huis in de Nobelstraat (het derde vanaf het stadhuis) waar in den avond van den 10den April 1764 door 'onvoorzichtigheid van kinderen, die nar bed gaande op de bovenste verdieping vonken van en kaars in een hoop met werk of vlas hadden doen vallen,'brand ontstond. Gelukkig was het het nog vroeg in den nacht en bleef het vuur beperkt tot het bovengedeelte van het gebouw. Maar de bewoners werden weldra op het Stadhuis ontboden, waar zij moesten vertellen hoe alles in zijn werk was gegaan, waarop als straf over hen werd uitgesproken, dat zij moesten gaan wonen in een afgelegen hoek van de stad. Zulk een verbanning naar een afgelegen gedeelte van de stad geschiedde meestal in dergelijk geval. Zoo moet het wel iemand, die in Den Briel rond zich gekeken heeft, verbaasd hebben dat de logementen voor den minderen man zooveel mogelijk achteraf gelegen zijn, wat ten minste het geval is met die verblijven die een zekere oudheid bezitten. Vraagt iemand hoe dit komt, dan kan ik hierop antwoorden dat dit het gevolg is van den brand op 6 Mei 1765. toen bevond zich in het Noordeinde (dat gedeelte van de Voorstraat dat van de Asylstraat tot het Maarland loopt, dus in hoofdzaak wijk 3) zulk een logement genaamd: 'De reizende Man.'Daar had een vent, in beschonken toestand, zijn pijp op bed liggen uitrooken, waardoor brand ontstaan was. Tot straf moesten de bewoners van het huis de stad verlaten en werd bij Resolutie bepaald, 'dat geen logementen voor arme passanten anders dan aan afgelegen hoeken van de stad mochten gevonden worden.'13 april 1652. Resolutie op het onderhouden van den Zondag
Een aandachtig lezer van verschillende bepalingen en reglementen moet wel tot de ervaring komen dat verbodsbepalingen even zooveel kenteekenen zijn van het bestaan van en den lust tot overtredingen. En...daar zijn héél wat bepalingen op het onderhouden van den rustdag! Op dien dag werden, soms voor de predicatie goed en wel geëindigd was, de dooden begraven, en de Heeren hielden dikwijls op dien dag vergadering. Uit de talrijke bepalingen kies ik de volgende welke op den datum valt die boven dit blad staat. 'Is goedgevonden en geresolveerd dat tot beter onderhoud van den Sabbathdag, de schippers en marktschippers respectievelijk, alsmede de sleepers en kruisters binnen dezer stede door een bode zullen worden geïnsinueerd en wel scherpelijk verboden dat zijlieden, te weten de voorn. Schippers en marktschippers zich van nu voortaan niet en zullen vervorderen gedurende den voorz. Sabbathdag, hetzij voor of na de Predicatie, eenige goederen en waren of koopmanschappen op te slaan of uit hun schepen te lossen, of te bestellen, alleen brieven, geld en andere pakskens die men onder den arm draagt, en voorts de voorz. Voerlieden, sleepers, bierwerkers en kruisters, dat zijlieden insgelijks op de Sabbathdagen zich niet en zullen vervorderen eenige bieren of andere waren te rijden, sleepen, kruien of dragen, op peine dat zijlieden elk respectievelijk voor de eerste reize daarover zullen verbeuren de boeten en breuken daartoe staande.'Voor de tweede maal - dit is de korte inhoud van het slot - zouden ze worden ontslagen.17 april 1707. Twist over kaartspel.
Als bijdrage van de kennis der zeden uit de eerste helft der 18e eeuw, dienen de volgende Resolutie van den 19en April 1707. 'Op de kwestie voorgevallen op Zondag den 17en dezer ten huize van Aernout van Ingen, tusschen hem en een sergeant van de militie alhier, die zoover ging, dat, nadat Van Ingen eenigen tijd geleden met den sergeant in de corps du garde aan de Langepoort had zitten spelen met de kaart in plaats van zijn dienst als portier waar te nemen, en uit dat spel gevolgd is een dispuut waardoor gemelde kwestie is veroorzaakt, en Van Ingen zich niet heeft ontzien met een blooten degen op de straat voorn. Sergeantaan te vllen; zoo is daarop, na deliberatie, goedgevonden denzelven Van Ingen scherp te berispen, en te bevelen zulks in toekomende niet meer te doen, en voor het tegenwoordige te moeten gaan veertien dagen op 's heeren gevangenis te water en brood, en werd den heer Commersteijn verzocht te spreken met den commandeerenden officier, en ZEd. Te verzoeken zorg te dragen, dat geen militie in eenig burgerhuis binnen deze stad komt in te dringen of het zelve te besoeken, als met speciale permissie van deze Regeering.'23 april 1598. Maerten Harpertszoon Tromp, zoon van Harpert Maertensz. Tromp, van Delft, en Jannetge Barents, van Rockanje, te Brielle geboren.
In den jare CIϽIϽXCVIII heeft den Briel, de uyterste Stadt van Holland (alwaer de Mase door den Rhijn vergroot zijnde, met een wijde mondt in de Noordt-zee vloeyt) Marten Harpersz. Tromp, voester-kindt van de zee-Mars voortgebracht: onsen Bevel-hebber heeft sijn gheboorteplaets soo na by de zee moeten hebben, omdat hij door sijn gebiet dat woeste Element ter bequamer tijt soude temmen. In die plaats heeft de Beschermer van de vryheyt der zee moeten gebooren werden, daer de eerste fundamenten van onse vryheydt geleyt zijn.Lyck-Oratie; uyt-gesproocken in de vermaerde Leydtsche Academie op den 21 Sept. 1653, door prof. Anth. Thysius.
26 april 1798. Resoluties naar aanleiding van het verzoek der Armmeesteren van de Roomsch Katholieke Gemeente.
Een der gevolgen van de Fransche revolutie is de gelijkstelling van alle godsdienstige gezindten voor de wet. Het kan dan ook geen verwondering baren dat de R.K. Gemeente in Den Briel zoo spoedig mogelijk in dezelfde voordeelen wilde komen, waarvan tot nu toe alleen de leden der voormaligen Staatskerk geprofiteerd hadden. Zoo lezen wij in de Resolutiën der Municipaliteit op bovenstaanden datum. 'Zijn binnengestaan de burgers Barend Schoe en Anthonij Collignon, armmeesteren van de Roomsch-Katholieke Gemeente dezer stad, verzoekende: 1o Dat ook aan Roomsche Armen eenige stadshuisjes bij vacature mogen worden gegeven volgens Resolutie van 25 Maart 1796. 2o Dat aan het kind van hendrik van Liere 4 stuivers per week alementatie-vermeerdering en dus 14 stuivers per week mocht worden toegelegd; 3o Betaling van een rekening van 56 gld. 12 st. wegens gemaakte kosten aan de ziekte en het begraven van twee Roomsche vreemdelingen op den 2en en 25en October 1797. Waarover gedelibereerd zijnde, is geresolveerd tot staving van de Resolutie van den 25en Maart 1797 op 't 1o punt: dat een stadshuisje vacant komende, zulks acht dagen vacant zal blijven, ten einde een ieder en dus ook Roomsch-gezinden gelegenheid te geven er om te verzoeken. Op het 2o punt: dat bij alteratie van de deswegens genomen Resolutie van dato dezes af 4 stuivers vermeerdering van alimentatie aan het kind van hendrik van Liere zal worden toegelegd, en hetzelve dus veertien stuivers 's weeks zal genieten tot tijd en wijle hetzelve kind als lidmaat van de kerk zal zijn aangenomen. En op het derde punt: dat voor ditmaal van de deswegens genomen Resolutie zal worden afgegaan, en, ofschoon onverplicht, de helft in de overgegeven rekening zijnde 28 gld. 6 st. Uit de armenmiddelen als een liefdegift zal worden betaald met injunctie aan voornoemde armmeesteren, van zoodanige verzoeken niet meer te doen, alzoo dezelve niet in deliberatie zullen worden genomen. '