-
Zelden zullen jullie zo dikwijls aan de Gouden Eeuw hebben gedacht als in de laatste weken, toen vaak verteld werd van hoogtepunten in de geschiedenis der Nederlanden. Historische spelen en optochten werden gehouden, overal zag je dingen uit vroeger tijden. De 'Gouden Eeuw' vooral, waarin wel niet alles 'goud' was, maar het was toch een grote tijd voor het vaderland, waarin kerels van stavast de grondslagen legden voor hetgeen wij nu nog hebben: Het Nederlandse Koninkrijk. Er werd toen gehandeld door mannen met forse handen en heldere hoofden. Trouw, moed, godsdienstzin, tegenwoordigheid van geest en handelskennis, dit alles stak in onze voorvaderen. Wij kunnen het in het verhaal van Paddeltje allemaal terugvinden. Het waren heus geen lieverdjes in die tijd of zeurpieten. Paddeltje haalde graag een streek uit en vond de lessen van den schoolmeester – die hij aan den 'Ouwe' beloofd had te zullen nemen- heel taai. Bovendien was die meester een gemene vent, die beter slaan kon dan les geven. Paddeltje wordt dus de school uitgekieperd en klaagt bij Lange Meeuwis zijn nood. Meeuwis vraagt raad aan den 'Ouwe' en de grote Michiel de Ruyter, die zich zelf nog best kan herinneren, dat er eens zoiets met hem gebeurde, gaf de raad eens naar Den Briel te gaan en les te nemen bij den 'Wonderdokter'. Zo ontmoeten wij Paddeltje vandaag op het Brielse veer en trekken met hem naar den wonderdokter, die niemand anders is dan de tamboer bij admiraal Witte de With.
-
Al is Paddeltje die winter niet op zee, hij is toch bij de zee, op het Brielse veer. Hij vaart Admiraal 'Dubbelwit' over, hij leert bij den 'wonderdokter', die ook al heel wat heeft beleefd. Hij leeft in zijn gedachten op zee en zal graag weer met De Ruyter uitvaren in het voorjaar. Daarom besteedt hij de winter aan sommen, lezen en schrijven. Schipper Adriaenszoon van Vlissingen voelde Paddeltje eens flink aan de tand en hij slaagde glansrijk! Nu maar weer varen, en zo zoetjes aan groeide er uit dat rare dikke ventje een stevige scheepsjongen, iemand die misschien niet meer zo ver van het matroos-schap afstond. Het leven op zee gaat vlot, maar in Paddeltje groeit het verlangen naar iets bijzonders. Jullie zult straks horen, dat hij niet tegen een storm, een vechtpartij of een groot avontuur zou opzien. Nu daar zal het hem ook niet aan ontbreken, want hij is op de Middellandse Zee en de Moorse kapers zijn nog heel wat meer mans dan hun collega's uit Duinkerken. Vandaag horen wij, dat Paddeltje aan het begin staat van een geweldig avontuur. Een beetje angstig wel, maar reusachtig spannend.
-
Wanneer je als vreemdeling in een Noord-Afrikaanse stad komt, dat is dat wel iets heel aparts. In een deel der steden is zo op het oog niets bijzonders, want je hebt grote Europese wijken, die er net uitzien als een provinciestad in – laat ons zeggen- Zuid-Frankrijk. Maar wanneer je een zijstraat inslaat dan ben je ineens in een ander land! Er lopen alleen kleurlingen rond, Arabieren, Kabylen en ook Negers. Het ruikt er vreemd. De straten zijn nauw, je ziet bijna alleen mannen op straat lopen. De enkele vrouw die er uit moet, sluipt zwaar gesluierd weg. Kooplieden bieden hun waren aan. Watermeloenen en dadels worden verkocht in de brandende zon. Vliegen zitten overal op, maar dit deert niet. De sfeer is geheimzinnig en benauwd. Vroeger bestonden de Oosterse steden alleen maar uit zulke wijken, Europeanen werden veracht en bespot. Paddeltje en Lange Meeuwis kwamen dus wèl in een vreemde omgeving. Door zijn samenzwering met Marco, de waard, lukte het Veritas, de handlanger en toeverlaat van den wreden zeerover 'Il Tigretto', dus gemakkelijk om Lange Meeuwis dronken te maken en Paddeltje aan boord van een zeiljacht mee te lokken. Paddeltje wordt daar gekneveld en weggevoerd. Aan boord van Michiel Adriaenszen's schip is men dodelijk ongerust. Wij horen straks wat de schipper doet om zijn manschappen terug te krijgen.
-
Hebben jullie wel eens iemand ontmoet, die altijd de waarheid spreekt? Dan zeg je zo onwillekeurig : 'Hoor die 's!' Wij zijn er helaas zo aan gewend geraakt, dat de mensen het met de waarheid niet al te nauw nemen, dat we geneigd zijn om iemand niet te geloven, wanneer hij- in een bijzonder geval- wèl de waarheid spreekt. Veritas, de Zeeuwse zeeman, die in dienst stond van den zeeroverskapitein en slaven-eigenaar Il Tigretto, vertelde Paddeltje en Lange Meeuwis ronduit, dat hij er op uit was gestuurd om Paddeltje mee te nemen in dat sierlijk zeiljacht en dat werd met een 'Loop rond!' ontvangen. En toch sprak hij de waarheid! Inmiddels viste Michiel de Ruyter bij den Sant van Salé uit, dat Lange Meeuwis wegens dronkenschap in de gevangenis zit, maar wat er met Paddeltje gebeurd is, weet nog niemand. Wij weten alleen nog maar, dat Paddeltje uit nieuwsgierigheid op het jacht is geklommen en daar door drie potige negers is geboeid. Wij komen vanmiddag eerst aan boord van het zeeroversjacht, waar wij een gesprek met onzen woedenden Paddeltje beluisteren met Veritas, die zich er op beroept, dat hij steeds de waarheid heeft gesproken. 'Dat is juist het gemene', briest Paddeltje! Later komen wij nog in de gevangenis terecht (met onze oren gelukkig!) waar wij De Ruyter bij zijn matroos ontmoeten.
-
De slag is dus gevallen: Lange Meeuwis heeft zich door Marco laten vergiftigen. De slimme handlanger van den zeeroverkapitein heeft een slaapdrank in zijn wijn gemengd en hem toen als 'dronken' door de politie laten oppakken. De Ruyter heeft hemel en aarde bewogen om den matroos op te snorren en als hij hem eindelijk aantreft in een Moorse kerker is er van den opgewekten, gedienstigen matroos niet veel meer over dan een kreunend hoopje ongeluk. De Ruyter slaagt er in om Lange Meeuwis uit zijn cel te verlossen en nu trachten zij samen op het spoor te komen van Paddeltje. Dat is om de maan niet gemakkelijk! Meeuwis kan zich alles maar ten dele herinneren en de Italiaanse waard heeft natuurlijk allemaal mooie praatjes om hen om de tuin te leiden. Intussen is onze vriend Paddeltje aan boord van het zeeroversjacht naar beneden gesleept en gebonden. Hij had zich uit alle macht teweer gesteld, maar tegen een paar stevige negers kan een 16-jarige jongen – ook al heet hij dan ook Paddeltje – ook niets uitrichten. Hij werd dus vastgebonden en sprak met den eeuwig vriendelijken Veritas, die hem vertelde, dat hij al van de kust verwijderd was. Er zat voor Paddeltje dus niets anders op dan zich zo goed en zo kwaad als het ging in zijn lot te schikken. Maar aan land tracht hij te ontvluchten en wéér wordt hij gebonden en bedwelmd. ? Wanneer hij ontwaakt, is hij een geketende slaaf.
-
Lange Meeuwis heeft geen gemakkelijk werk op te knappen. In een vreemd land, waar hij de taal niet kent, waar men hem, Christenhond, niet anders dan met argwaan zal ontvangen – moet hij Paddeltje zoeken. 'Laat het je dan gezegd zijn!' had De Ruyter hem gezegd. En Meeuwis, die drommels goed begreep, wat deze woorden betekenden, moest nu maar zien, dat hij Paddeltje vond. Jullie zult vanmiddag niets over hem horen. Maar jullie zult kennis maken met den vreselijksten onder de zeerovers, ´Il Tigretto´, een man, die over duizenden slaven en zeelui beschikte. Die moesten doen en laten wat hij wilde, die moesten sterven als hij dat goed vond. Voor dezen machtigen heerser werd Paddeltje gebracht, nadat hij een tijd lang als geketende slaaf over de gloeiende akkers had gezwoegd, nadat hij steeds maar had zitten verlangen naar de zee, naar zijn schip, naar d´n 'ouwe'en naar Zeeland.....Van die ellende willen de zeerovers Paddeltje verlossen en zij bieden hem dat aan. Het antwoord van Paddeltje hoor je om tien minuten voor 5.
-
Vanmiddag moeten jullie goed luisteren. Er gaan uiterst belangrijke dingen gebeuren, waarbij Paddeltje nauw betrokken is. Het is niet, wat jullie zult denken. Il Tigretto -dien Paddeltje direct herkende- was zo woedend, dat dit alleen maar op dood of slavernij kon uitdraaien. Geen wonder! Een eenvoudige zeemansjongen had zo maar tegen den machtigsten der zeeroverskapiteins durven zeggen, dat hij zich te goed achtte om zeerover te worden! Paddeltje was echter wat wij onder een stoere Zeeuw verstaan. Zo'n kerel, die precies zegt wat-ie denkt, eerlijk en zonder vrees. De weken van slavernij hadden hem er niet onder gebracht. Zijn natuur was zo sterk, dat na enkele dagen rust, Paddeltje weer helemaal de oude was. Hij voelde zich vrij goed op zijn gemak in de kolonie rondom het herenhuis van Il Tigretto. Deze zeerover, door zijn ondergeschikten steeds 'Il Capitano' genoemd, laat Paddeltje aantreden en raadt hem – eerst vrij gemoedelijk – aan om toch al die sombere gedachten te laten gaan en ook zeerover te worden. 'Die 'Ouwe' van jou neemt ook een prijs, als hij de kans schoon ziet', zegt Il Tigretto; en dan krijgt hij dat woedende antwoord van Paddeltje, waarover wij het al eerder hadden.
-
Het was zeker niet gemakkelijk om nu te besluiten wàt hij doen moest, toen Paddeltje vernam, dat alom opstand tegen Il Tigretto zou uitbreken en men er nota bene hèm van verdacht medeplichtige van den gevreesden zeeroverskapitein te zijn. Hij bedacht een list en kon Lange Meeuwis en zichzelf buiten gevaar brengen! Maar nu had hij nog te overleggen met Il Tigretto en Veritas wat hem te doen stond. Allereerst leek het alsof de kapitein radeloos was, maar spoedig beheerste hij zich weer en bijgestaan door Paddeltje en Veritas nam hij zijn maatregelen. Zijn dochtertje, dat zo dol op Paddeltje was, moest nu buiten gevaar komen. Hij stuurde dus een expeditie uit, waarvan Veritas, Paddeltje en Lange Meeuwis deel uitmaakten. Die moesten met zijn drieën Zus beschermen en voor Zus zelf was Babette nog meegegaan. Il Tigretto geeft Paddeltje een koker, die hij goed bewaren moet; hij neemt afscheid van allen, en dan gaat het voort een donkere gang in, die onder de aarde door naar veilige oorden leidt. Hun verdere avonturen hoor je om 4 uur 50.
-
Wij hebben Paddeltje zien opgroeien van een grappigen scheepsjongen, die ruzie thuis en op school had, tot een flinken kerel, die door een zeerover ontvoerd werd. Op Il Tigretto's plantage moest hij hard werken en in wat voor verwikkelingen kwam hij al niet! Een oproer brak uit en wij willen wel verklappen, dat dit oproer zo hevig is geweest, dat niet veel mensen het konden na vertellen. Het gevecht keerde zich in het nadeel van de opstandelingen, die door wanhoop gedreven het kruithuis in de lucht lieten vliegen. Hierbij kwamen velen om, ook Il Capitano. Gelukkig waren Paddeltje en de zijnen toen al ver weg, door een onderaardse gang gevlucht. Veritas wilde zo gauw mogelijk naar zee, maar Paddeltje raadde dit af. 'Een kind kan begrijpen, dat het dààr ook mis is', zei hij. 'Laten wij trachten over land te komen naar de bevriende stam van schipper de Ruyter'. Het zag er echter niet uit of zij daar nog aanlanden zouden, want de hemel was rood van de brandlucht en onophoudelijk hoorde men schieten. Tegelijkertijd landde de Ruyter weer in Salé en stuurde een expeditie het binnenland in om handelsbetrekkingen aan te knopen.
Home