
De oude portier was uit zijn hokje in de Langepoort gekomen om aan te horen wat een officier van het Engelse garnizoen hem
te bevelen had. Er was een soldaat vandoor gegaan en misschien kon de portier hem daarover inlichtingen verschaffen. Ondertussen
was er een slenterende opgeschoten boerenknaap de poort binnengekomen die uit pure nieuwsgierigheid naar het gebroken Hollands
van de officier bleef staan luisteren. Nu zou het bij de poortwachter niet opgekomen zijn op een boerenjongen te letten die
staat te lummelen en te luisteren, als het hem niet had getroffen hoe gefixeerd de jongen naar de krijgsman stond te kijken